De verwondering (terug) op De Ommezwaai.

In een eerdere blog een aantal maanden geleden heb ik gesproken over een koerswijziging met betrekking tot ons onderwijsconcept bij ons op school. Ik heb het toen gehad over de drie doelen van onderwijs volgens Gert Biesta: kwalificatie, socialisatie en persoons-vorming. In de periode vanaf de meivakantie zijn we hier mee aan de slag gegaan in een aantal ‘designthink’-sessies en hebben de ideeën naar een aantal praktische voorstellen omgezet. Nu er ook een eind aan onze zomervakantie komt, volgende week weer een aantal dagen voorbereiden, leek het mij wel een goed moment dit met mijn volgers en andere belangstellenden te delen.

Vaardig, waardig en aardig hebben wij de drie-eenheid genoemd. Aan alle drie doelen gaan we (evenredig) aandacht aan schenken, althans  we zullen deze ‘ankers’ steeds mee laten wegen in ons onderwijsaanbod. Dit gaan we o.a. doen door elke ochtend te beginnen met een ochtendrondje, dit doen we overigens al jaren met het team, waarin iedere leerling kan aangeven hoe zij/hij er bij zit, wat er speelt en wat persoonlijke doelen voor die dag zijn. In de middag hebben we dan weer een rondje, waarin teruggekeken kan worden op de dag, feedback gegeven kan worden op zaken die goed of minder goed verliepen en afspraken voor de volgende dag kunnen worden gemaakt. Daarnaast gaan we twee keer in de week aandacht besteden aan het gezamenlijk lunchen. Afgelopen jaren wordt het eten door de leerling vanuit de lunchbox naar binnen gepropt terwijl zij een film bekijken. Dat kan en moet anders vinden wij. Het samen lunchen (eten) kan een belangrijk moment zijn, iets wat ongetwijfeld bij een flink aantal leerlingen thuis, niet eens zo vanzelfsprekend is. Er komen veel competenties om de hoek kijken bij het samenlunchen. Denk alleen al aan de volgende: de tafel moet worden gedekt en afgeruimd (samenwerken, organiseren); er wordt met elkaar gepraat tijdens de lunch (sociale vaardig zijn), e.d.. Dit samenlunchen kan nog flink uitgebreid worden, de ouders betrokken, etc. We verwachten er veel van, al zal het niet vanzelf gaan, want als iets onbekend is dan is het ook vaak onbemind.

Daarnaast willen we veel meer bewegen tijdens en na de lessen. Hiervoor gaan we werken met energizers van de week, coöperatieve werkvormen, e.d. Niet alleen denken we dat het goed is om inspanning en ontspanning af te wisselen, zeker bij onze doelgroep, ook zullen lessen hierdoor interessanter worden en de motivatie van de leerlingen vergroot worden. Daarnaast is onomstotelijk bewezen dat bewegen en leren een goede combinatie is.

Maar de grootste vernieuwing en verandering is dat we  we de nieuwsgierigheid van de leerlingen weer terug willen en de leerlingen in de regiestand willen hebben. Dit gaan we doen door te werken met een ‘verwonderingsvraag’. Hier gaan we een aantal momenten in de week en een aantal weken achter elkaar aandacht aan besteden. Deze ‘verwonderings-vraag’ komt uit de leerlingen zelf. In de klas kunnen alle leerlingen een vraag noemen en na een verhelderingsronde, zal er een vraag gekozen worden (of soms twee gecombi-neerd). De ‘verwonderingsvraag’ zal dan verder uitgesplitst worden in de diverse zaken die er mee te maken hebben en die zouden dan verdeeld kunnen worden over de leerlingen. Dit zal veelal in duo’s gebeuren (coöperatief leren). Dit verbreden kan natuurlijk met woordweb’s en mindmaps en vraagt mederegie van de leerkracht. Als de opdracht voor iedereen helder is kan er ‘onderzocht’ worden. Na een zes/zevental weken kan de uitkomst gepresenteerd worden aan de eigen klas, school, ouders.IMG_0019

Ik noem hierboven nieuwsgierigheid prikkelen, we denken namelijk net als vele anderen dat ieder kind van zichzelf nieuwsgierig is. Alleen niet naar alles wat wij onderwijzen en al helemaal niet op de manier waarop we dat doen. Uiteraard moeten sommige zaken gewoon geleerd en gedaan worden, maar je mag (of moet) ook ruimte geven binnen je onderwijstijd om leerlingen zelf op onderzoek uit te laten gaan. Hierbij komen dan ook, tot dan toe, onzichtbare talenten boven. Deze talenten, of competenties, moeten we zeker ook vastleggen, want dit zijn de vaardigheden die vallen binnen: vaardig, waardig en aardig. En deze zijn evenveel, of misschien nog wel meer waard, dan de resultaten bij de CITO-toetsen.

Zoals uit bovenstaande blijkt slaan we komend jaar een nieuwe weg in met ons onderwijs. De leerkracht is niet meer diegene die in al zijn/haar wijsheid met het lesboek in de hand de kennis over de leerlingen uitstrooit. We gaan een onzekerder toekomst tegemoet. We zullen als onderwijzend personeel voor nieuwe vragen komen te staan en zullen dan ook veel met elkaar moeten delen om antwoorden te zoeken. Daarnaast zullen we de leerlingen mee moeten nemen in dit proces en niet bang zijn dat we ook niet overal een antwoord op weten. Dat zal uiteindelijk ook de kracht van het onderwijs blijven, vandaar dat de titel van het boek van Gert Biesta ook zo toepasselijk is op onze nieuwe uitdaging: “Het prachtige risico van onderwijs”. We gaan er van genieten.

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s