ICT een goed middel in onderwijs,maar vergeet niet het trainen van je brein!

Wil je succes hebben: zorg voor voldoende slaap, beweeg veel en dagelijks, zorg voor aandachtstraining en kom uit je comfortzone. Met deze (wijze) woorden besloot Margriet Sitskoorn, hoogleraar Klinische Neuropsychologie, de Onderzoeksconferentie 2016 van het NRO en Kennisnet. (En ik geloof dat het begrip ICT nauwelijks genoemd is in haar keynote.) Ik kom hier later uitgebreid op terug.

Ik was namens Kennisnet, via Willem Karsenberg (nog bedankt) uitgenodigd om aanwezig te zijn op deze bijeenkomst (was ik sowieso al van plan) en mocht hier over bloggen. Vandaar dat het dit keer niet over ICT-ontwikkelingen op De Ommezwaai gaat, alhoewel ik  nog wel een verbinding weet te maken. Ik zal de hoogtepunten van deze dag hier noemen, waarbij voor mij niet de volledigheid het belangrijkste is, maar met name zaken die het overdenken waard zijn of verbindingen met al lopende praktijkvoorbeelden.

De ochtend werd geopend door Toine Maas, namens Kennisnet, met de (niet letterlijke) woorden: “Er zitten hier ruim 700 mensen hongerig te zijn naar kennis! Want inzet ICT is geen optie meer, maar een vanzelfsprekendheid. De brug tussen onderzoek en de praktijk in de klas is aanwezig, maar daar moet zeker nog verder aan worden gebouwd. En deze dag kan hier weer voor als voorbeeld dienen.”

Ton de Jong mocht daarna gelijk aantreden om zijn verhaal over het Go-Lab Project. In dit internationaal project wordt software ontwikkeld waarmee leerlingen online natuurwetenschappelijke experimenten kunnen doen. Hij vermeldde dat actief leren de prestatie met ongeveer 6% verhoogd, dit in vergelijking met het leren volgens de directe instructie methode. Deze Go-Labs worden momenteel voornamelijk ingezet in het VO, maar er liggen zeker mogelijkheden voor het PO. Zeker gezien alle ‘realtime’ mogelijkheden en uitdagende leeromgevingen een hoopvolle ontwikkeling voor de toekomst. Voor meer info: http://www.golabz.eu.

Hierna kwamen er vijf korte pitches van 5 minuten waarin onderzoek m.b.t. digitaal leermateriaal centraal stond.                                                                                                                      1) Antoine van den Beemt beet de spits af met zijn onderzoek naar ICT inzet in de klas door ruim 150 scripties van leraren in opleiding te analyseren. Waren de uitkomsten nieuw of opvallend, nauwelijks. Het blijkt dat ICT nog steeds als een verfraaiing van de les wordt ingezet en dat de leerkracht diegene is die instructie geeft en de leerling de ontvanger. En ook bleek dat nog te weinig scholen een visie ontwikkeld hebben over ICT en onderwijs. Iets wat aan de basis zou moeten liggen. Nog voldoende werk te doen voor ons allen lijkt mij. 2) Vervolgens mocht Adrie Visscher zijn bevindingen omtrent de effecten van de inzet van Snappet op de leerresultaten, met ons delen. Het bleek dat er  weinig significante verschillen te zien waren bij Spelling, wel meer bij Rekenen. Daarnaast bleek dat ook de motivatie voor beide vakken niet werd vergroot door Snappet. Vind ik ook niet zo verwonderlijk, want de leerling krijgt ook hierbij weinig zeggenschap over eigen leerproces. 3+4) Rachel v.d. Plak en Inge Merckelbach werden door dagvoorzitter Frans Schouwenburg als een duo aangekondigd en dat was begrijpelijk. Zij beiden deden onderzoek naar kleuters en kwamen tot de conclusie dat zowel digitale praatplaten als digitale leesboeken van meerwaarde zijn bij het leren van kleuters. Vooral bij leerlingen met aandachtsproblematiek of met stressgevoeligheid. De leerkrachten zagen overigens deze meerwaarde niet direct, maar dat is onterecht, aldus de onderzoeksters. Hyperfocus en verbale responsiviteit waren twee belangrijke begrippen die hier een rol in spelen. Hierbij moest ik ook gelijk denken aan ons eigen project met onze kleuters, met ADHD en regelmatige stressgevoeligheid, waarbij de inzet van de Osmo zorgt voor vergroten van taakgerichtheid. Lees ook in het boek Sociale Media in het Speciaal Onderwijs 5) De laatste vijf minuten van deze ronde waren voor Marjoke Bakker over de inzet van oefensoftware van Veilig Leren Lezen. Zij zaten nog midden in het onderzoek, dus echte resultaten waren er nog niet. Wel kon voorzichtig geconcludeerd worden dat er een meerwaarde lijkt te zijn. Niet extra als er ook thuis geoefend wordt. Voor meer informatie:  www.veiliglerenlezen.nl/effectiviteitleerlingsoftware.

Terugblikkend met een kop koffie bekroop mij het gevoel dat ik nog niet heel veel nieuws had gehoord en dat een aantal keren de woorden lijkt, waarschijnlijk, nog niet te zeggen waren geopperd. Maar we zouden de pitches rond de leerling en leraar nog krijgen.

Na een intermezzo over de kennisrotonde, een naar mijn mening goed initiatief, mocht Liesbeth Kester ons 20 minuten informeren over ‘ Gepersonaliseerd leren met ict’. Zij begon met een krantenartikel van 27 mei j.l. waarin de Oeso aangeeft dat het Nederlands onderwijs zich voornamelijk richt op de gemiddelde leerling. Maar zoals Liesbeth ons voorhield: “one size fits all” is niet waar. Helaas blijkt het vele onderzoek naar onderwijs op maat nog te weinig resultaat op te leveren. Daarom gaat ze nu vanuit een ‘Doorbraakonderzoek’ bij minimaal 25 scholen onderzoek doen met als vraag: “Hoe kun je leerlingen helpen bij het zelfsturen van hun leerproces”. Want dat dit de toekomst van ons onderwijs moet zijn, is voor haar duidelijk. Zij had al vast ook een aantal tips voor ons: 1: Leerling en leraar samen aan het stuur                                                                                                   2. Geef feedback en advies gericht op het leerproces                                                                           3. Geef feedback en advies in de vorm van hints en vragen                                                                     Ik werd blij van haar verhaal, met name haar insteek om bij gepersonaliseerd leren de leerling en leerkracht samen de verantwoordelijkheid te geven voor het leerproces. Dit past ook helemaal bij het uitgangspunt wat wij als Onderwijsspecialisten hanteren bij het vormgeven van ons onderwijs. Daarom denk ik dat het onderzoek wat Liesbeth gaat doen erg belangrijk is voor velen van ons. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Hierna zes korte pitches. 1) Carla Haelermans heeft onderzoek gedaan naar de inzet van Muiswerk. En het resultaat: “Muiswerk werkt, maar er moet wel geoefend worden.  En dat op je eigen niveau.  2) Marthe Straatemeier heeft onderzoek gedaan bij Rekentuin, ook hier kwam weer naar  voren dat oefenen noodzakelijk is om resultaat te zien. Net als bij de vorige spreekster. Zowel Rekentuin als Muiswerk zijn adaptieve programma’s die veel mogelijkheden bieden voor het onderwijs op maat. Meer onderzoek naar effecten zijn zeer welkom. 3) Jorick Beckers was op herhaling, was er vorig jaar ook bij. Hij kwam door onderzoek er achter dat het werken met elektronische ontwikkelportfolio’s niet direct tot een beter leerresultaat leidt. Het vraagt om een nauwkeurige afstemming m.b.t. de begeleiding van de student. 4) Nico Rutten vertelde ons iets over het onderzoek naar lesgeven met simulaties. Wat ik hier uit meeneem is dat een mengvorm van Virtual Reality  en werkelijkheid het meest effectief is. 5) De opbrengsten van een studie naar inzet Studyflow werden door Eliane Smits van Waesberghe aan ons vermeld. Alleen ook hier weer de opmerking: “Effectonderzoek is lastig”. 6) Als laatste iemand die nog dagelijks in de (gym)praktijk staat, Joop van Duivenvoorden. Hij liet de meerwaarde zien van de inzet van een tablet bij pre-teaching van gymoefeningen. Heel eenvoudig, maar oh zo functioneel.

Na de pauze de beurt aan Jan van Tartwijk, met een mooi betoog over de relatie tussen expertise en innovatie. Het blijkt dat in de medische wereld de prestaties afnemen met het toenemend aantal jaren van beroepsuitoefening. Dit komt omdat de routines de overhand nemen en er weinig ruimte is voor vernieuwing. Hij noemt dit de valkuil van automatiseren. (Zou dit ook niet voor het onderwijs gelden). Er blijkt een optimale innovatie zone te zijn, de kunst is die te bereiken.

Vervolgens nog 4 korte pitches. 1) Desire Joosten-ten Brinke over het adaptief toetsen.Een zeer actueel onderwerp.Zij kwam tot een aantal voordelen waarvan de voornaamste naar mijn mening zijn: nauwkeurige meting bij alle leerlingen (op maat) en uitdaging voor alle leerlingen. Graag nog meer onderzoek zodat het machtsbolwerk van o.a. de CITO nog verder kan worden ondergraven. Nog een belangrijke citaat van Desiree: “leuk is geen uitgangspunt bij het leren”. 2) Onderzoek door Inge Molenaar  naar de opbrengsten door de inzet van Snappet liet zien dat een dergelijk middel heel goed in staat is om adaptief te voorzien in een lesaanbod. Waarbij de diverse niveaugroepen in een klas er meer of minder baat bij hebben. De dashboardfunctie van dergelijke programma’s geven de leerkracht ook de tools om te differentiëren. Ook hier is verder onderzoek gewenst en dan zou het mooi zijn als Snappet, Muiswerk en Oefenweb de handen ineen gaan slaan. 3)Het onderzoek van Henk Sligte over E-didactiek maakte weer duidelijk dat er nog veel winst te halen is. ICT wordt wel meer ingezet, maar zelden voor onderzoekend en ontwerpend leren en niet gericht op samenwerken en zelfstandig leren buiten het klaslokaal. 4) Gemma Corbalan gaf aan dat programmeren er voor kan zorgen dat de positie van ICT een andere waarde kan krijgen. Maar, programmeren kan ook unplugged. Het zal de komende jaren wel een steeds belangrijkere plaats in het curriculum (moeten) krijgen.

Hierna kregen we het slotverhaal van Sitskoorn. Misschien niet nieuw, maar wel bijzonder inspirerend. Heel helder gaf zij aan wat nodig is om succesvol te zijn in de toekomst. En waar de dreiging ligt. Veel mensen kunnen de veranderende wereld niet meer volgen, omdat je daar nieuwe vaardigheden voor nodig hebt. Zij introduceert de term VUCA= Volatile, Uncertain, Complex en Ambiguous, voor dit gevoel. Het behoeft weinig fantasie om je daar iets bij voor te stellen. En dat de 21st century skills hier een antwoord op kunnen zijn. Sitskoorn deed er nog een schepje bovenop. Je moet de prefrontale cortex verder ontwikkelen. En het positieve is deze ontwikkeling vooral in de schoolgaande leeftijd plaatsvind. Maar dan moeten we daar wel gerichte interventies op plegen. Veel van deze interventies heeft zij beschreven in haar boek Ik2. Overigens zijn deze niet alleen te gebruiken bij onze leerlingen, ook voor ons zelf zijn deze noodzakelijk om goed te blijven functioneren. Zij geeft de acroniem EFFECT aan dit programma en op mij had het in ieder geval het effect om haar boek te kopen. Zoals ik al zei in het begin heeft zij nauwelijks het woord ICT in de mond gehad, maar haar betoog geeft volop stof mee om te om te overdenken.

Het was al met al een zeer boeiende dag, ik weet alleen niet waarom al die onderzoekers zulke moeilijke namen moeten hebben.

Volgende keer weer over de ontwikkelingen op mijn eigen school.

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s