Op zoek naar de verbinding tussen leren, onderwijzen en voorleven.

Het is eerste Paasavond, niets op de tv, voor mij een mooie aanleiding voor een terug- en vooruitblik op de ontwikkelingen op De Ommezwaai. Een liveconcert van Betty LaVette klinkt door mijn hoofdtelefoonspeakers,  een perfecte begeleiding voor mijn gedachten.   In mijn laatste blog van ongeveer twee maanden  geleden schreef ik over Muiswerk, innoveren en mijn afgeronde opleiding I-coordinator. En ik mag stellen dat er sindsdien al weer het nodige is gebeurd.

Allereerst is ons lid van het College van Bestuur positief over de keuze van De Ommezwaai om door het experimenteren met  Muiswerk te kijken naar gepersonaliseerd onderwijs. Binnenkort komt hij zelf eens ervaren hoe dit werkt en wat dit kan betekenen voor ons onderwijs. Daar ben ik blij mee. Ook willen de mensen achter Muiswerk met ons om de tafel om te kijken hoe we dit programma kunnen afstemmen op de onderwijsbehoeften van leerlingen in het speciaal onderwijs. Dat lijkt mij ook erg veelbelovend.

Toch heeft er een andere ontwikkeling plaatsgevonden bij ons op school die mij nog hoopvoller stemt over een verandering van ons onderwijsconcept. We hebben als school meegedaan met een onderzoek naar het leef- en werkklimaat in de klas. Onder leiding van Peer van de Helm, lector Residentiële Jeugdzorg, is er een onderzoek gedaan naar de veiligheid, leerklimaat en naar het disruptief gedrag bij ons. Dit laatste is een verzamelnaam voor alle anti-sociale gedrag (schreeuwen, slaan, schoppen) wat een aantal van onze leerlingen laat zien. Uit het onderzoek, gedaan door de leerlingen en teamleden vragenlijsten in te laten vullen, komt naar voren dat we hoog scoren op aanwezigheid van disruptief gedrag. Iets wat we elke dag ervaren. Maar er is wel sprake van een een goed leerklimaat, wat op zich misschien met elkaar in tegenspraak moet zijn. Dat is het niet omdat onze leerkrachten zoveel veiligheid bieden, zo aanwezig zijn voor de leerlingen, dat zij niet een grote hinder voor het leren ervaren. Uiteraard verschilt dit per klas, in de ene lesgroep zitten meer leerlingen met anti-sociaal gedrag, of is het gedrag heftiger dan in de andere klas. En de eerlijkheid gebied om ook te zeggen, dat de ene leerkracht daar beter mee om kan gaan dan een collega.

Het onderzoek stemt ons dus over de hele linie tevreden en biedt voldoende aanknopingspunten om het leef- en leerklimaat nog te verbeteren. Zeker als we de volgende gedachtengang van Peer van de Helm in ogenschouw nemen: “Het onderwijs aan deze kinderen die regelmatig verkeren in ‘sociale-nadeelsituaties’ en daar ook naar hebben leren handelen, is te veel gericht op het cognitieve leren. Er is een enorme disbalans ontstaan, want het aandacht schenken aan de sociaal-emotionele ontwikkeling is minstens zo belangrijk. Sociaal-emotionele ontwikkeling niet alleen gericht op het kind zelf maar ook op het kind in relatie tot de maatschappij.” Dat van de Helm hierbij heel dicht bij het gedachtegoed  van Gert Biesta m.b.t. de drieslag: kwalificatie, socialisatie en subjectivering, mag voor de oplettende lezer duidelijk zijn.

Voor onze school zullen dat nieuwe ankers voor een veranderd onderwijsconcept worden. Alleen krijgt het misschien andere titels, misschien dichter bij de aardig, vaardig en waardig van Onderwijs 2032. Maar we hebben het wel over hetzelfde. Ons onderwijs moet gericht zijn om de leerling voldoende bagage mee te geven zodat hij/zij een volwaardige plek in de maatschappij kan innemen.Die volwaardige plek wordt gekenmerkt door de begrippen betekenisvol, waardigheid en gelukkig zijn. De weg daar naar toe vereist dat de leerling in zijn kracht gezet wordt, mag ervaren, zelf mag ontdekken en autonoom is.

Die kracht zullen we niet ontdekken als we datzelfde blijven doen wat we al die jaren al doen. Het doel van ons onderwijs en zeker van ons onderwijs aan onze leerlingen die vaak verkeren in sociale-nadeelsituaties, zal gericht moeten zijn op meer dan de leren rekenen en schrijven. Het zal zeker gericht moeten zijn op de persoonlijke groei van de leerling en hierbij zullen we de talenten van de kinderen moeten zien te ontdekken. Dat we daarbij soms andere keuzes moeten maken en vakken die meer gericht zijn op het cognitieve leren, in de wachtstand moeten zetten, is hier inherent aan.

Dat brengt mij tot de verbinding tussen leren, onderwijzen en voorleven. (En inmiddels is Betty vervangen door Richmond Fontaine, die met een laatste juweeltje “You Can’t Go Back If There’s Nothing to Go Back To” het ‘Altcountry-land’ gaan verlaten.)

Er wordt de laatste maanden (misschien al wel jaren) een flinke (soms felle) discussie gevoerd over  het verschil tussen leren en onderwijzen. In zijn artikel ‘Giving teaching back to éducation’ (uit 2012), legt Biesta uit hij uit hoe de leraar en het onderwijzen uit het onderwijs zijn verdwenen. “Dat zien we aan woorden als: ‘het nieuwe leren’, ‘krachtige leeromgeving’, ‘samenwerkend leren’ en ‘leergemeenschappen’. Als het alleen om leren gaat, zouden we geen scholen nodig hebben. Zeker nu kunnen kinderen immers overal en op elk moment leren. Het gaat er echter in het onderwijs niet om dat kinderen leren, maar dat ze iets leren, dat ze met een bepaald oogmerk leren en dat ze van iemand leren.” Aanhangers van het gepersonaliseerd leren, richten de focus meer op de verbinding tussen leraar en lerende, waarbij zij beiden een leerproces ingaan. Hierbij kan de sturende/ onderwijzende rol van leerkracht afnemen naar een meer coachende.

Is dit verschil zo groot? In theorie misschien, maar zeker in mijn praktijk niet. In het werken met  leerlingen met een ernstige handicap, namelijk gedrag wat het leren in de weg zit, niet. Althans dat zou niet mijn focus zijn. Een nog belangrijkere activiteit dan het leren/onderwijzen zou naar mijn mening het voorleven moeten zijn. De leerkracht moet een rolmodel zijn voor de leerlingen. Zij moeten zich kunnen spiegelen aan dat wat jij ze meegeeft en laat zien. Uit onderzoek van v.d. Helm blijkt dit ook:                                     “Probeer te begrijpen wat een enorme impact een continue stroom van sociale-nadeelsituaties heeft op het zelfbeeld en de hersenen van jongeren: ze komen in een overlevingsstand, met als gevolg onderdanig of agressief en antisociaal gedrag. Straffen helpt niet, respectvol contact maken en nabijheid wel. Zet dit begrip om in je eigen handelen: bied structuur, een lage emotionele expressiviteit, respect voor de ander, eindeloos geduld en het bijstellen van verwachtingen.”

We gaan de komende tijd op De Ommezwaai met deze uitgangspunten aan de slag en zullen de verbinding zoeken tussen het leren-onderwijzen-voorleven en de drieslag kwalificatie, socialisatie en subjectivering bij het ontwikkelen van een nieuw onderwijsconcept.

N.B. Bijzonder aan deze Blog is dat hele woord ICT nauwelijks gevallen is, behalve nu dan. Toch zal dit wel een rol gaan spelen. Maar daarover later meer.

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s